Als ik terugblik op mijn 30 radioactieve jaren (1987-2016), denk ik dat de periode in de eerste helft van de jaren ’90 de meeste indruk op me gemaakt heeft. Ik had toen mijn eigen programma ArtyShock bij Unique FM (de lokale omroep van Heumen bij Nijmegen), waar ik blijvende vriendschappen heb opgedaan.
Het radio maken op zich was echt pionieren. Tot die tijd was ik eigenlijk de presentator van een programma dat door een technicus werd ‘geschoven’, maar bij Unique was een DJ-opstelling neergezet. Kortom: je verzorgde niet alleen de praatjes, maar startte ook de plaatjes. Én de jingles. Heel veel jingles, in mijn geval. Automatisering (een computerprogramma met alle muziek en vormgeving erin, dat je veel werk uit handen kan nemen) bestond toen nog helemaal niet. Dus de liedjes kwamen van CD en vinyl, en de jingles stonden op cassettebandjes. Het was dus allemaal ambachtelijk handwerk en de foutkans was dan ook vele malen groter dan tegenwoordig. Ik vond het daarom waanzinnig knap dat het tijdens sommige programma’s een drukte van jewelste was in de studio. Maar niet bij mij. Ik had mijn volle aandacht nodig om de technische grappen en grollen die ik bedacht had (of waartoe je gedwongen werd door de redelijk karige uitrusting van de studio) tot een goed einde te brengen. Ik had tijdens mijn programma’s dus geen tijd voor een gezellig praatje. Sterker: de studio was in mijn uren verboden terrein voor iedereen behalve mijn autistische zelf. Gelukkig was daar begrip en respect voor. Meestal 😉.
Ook muzikaal vond ik het een mooie tijd. Ik kon heel goed zonder de heersende gangsta rap en new jack swing, maar leefde me helemaal uit in alternative rock, acidjazz, de muziek uit ‘Madchester’, opkomende grunge, punkrock en Britpop. Toen al een allegaartje van stijlen en dat is eigenlijk altijd wel een rode draad geweest in mijn muzieksmaak.
Een van de bands die ik destijds veel draaide, is Toad The Wet Sprocket. Alleen al die naam levert hen bonuspunten op. Die komt uit een Monty Python-sketch waarin een journalist onzinmuzieknieuwtjes brengt. De band had eigenlijk de bedoeling de naam maar even te gebruiken, ‘totdat een betere gevonden was’, maar de grap is een beetje uit de hand gelopen.
Wij kennen de groep een beetje van All I Want en iets meer van Walk On The Ocean uit 1992. Prachtnummers, maar mijn favoriet kwam iets later uit: Something’s Always Wrong staat op Toads vierde album Dulcinea. Een typisch Amerikaans radioliedje van die tijd, dat door de productie van de Schot Gavin MacKillop een beetje een sophisticated pop-sausje heeft. Dus als je houdt van fraaie harmonieën, mooie drums en een akoestische gitaarsound, zit je hier goed.
Ik krijg er nog steeds warme gevoelens bij. Waarom? Dat kun je hier horen:
PS: Toad The Wet Sprocket bestaat nog steeds, en tot mijn stomme verbazing zie ik net dat de band in september vorig jaar een akoestische versie van Something’s Always Wrong heeft uitgebracht. Totaal aan me voorbijgegaan…




