Tame Impala – Let It Happen [Radio Edit] (2015)

Ik weet het, niet alle volgers van dit platform zijn gek op radio-edits. En dat zeg ik dan nog netjes. Want er zijn zelfs mensen die radio-edits haten. Zij zien dat als verminking van het origineel, schoffering van de maker en/of ongeoorloofde inmenging in het creatieve proces. Ik respecteer die gedachte, want in elk van deze omschrijvingen schuilt een kern van waarheid. Wat niet wegneemt dat mijn mening een andere is…

Ik zie het positief, en beschouw een radio-edit als poging om een track het publiek te bieden wat het verdient. Er zijn nu eenmaal wat (ongeschreven) regels waaraan een liedje moet voldoen, wil het op de radio gedraaid kunnen worden. Als disclaimer voeg ik daaraan toe: uitzonderingen bevestigen de regel. En een extra persoonlijke noot: nummers die zich niet aan de conventies houden, zijn in de regel spannender en interessanter dan degene die binnen de lijntjes kleuren. Maar als airplay je hogere doel is, is het goed je op zijn minst bewust te zijn van wat richtlijnen die hierbij gehanteerd worden.

Voor het volgende betoog beperk ik me even tot de regels m.b.t. het muzikale gedeelte, want helaas gelden tegenwoordig ook (of zelfs vooral) veel zaken die met het artistieke aspect weinig of niets te maken hebben. Denk aan criteria m.b.t. het aantal volgers op social media, de populariteit op TikTok, de hoeveelheid beschikbaar marketingbudget of domweg het aantal nummers dat die week in ‘de plug’ is aangeboden. Of zaken die wel zijdelings met de muziek te maken hebben, maar die evenmin buiten de invloedsfeer van de artiest (of diens label) liggen. ‘Hartstikke goed nummer, maar we hebben al een paar discoliedjes op de lijst’, hoor je dan bijvoorbeeld. Of: ‘Zelf vind ik ‘m geweldig, maar hij test niet zo goed’. In dat soort gevallen bestaat blijkbaar weinig behoefte om eens de verantwoordelijkheid te nemen om de luisteraars te verrassen met iets wat ze nog niet kennen.

Gelukkig zijn er ook argumenten die iets concreter zijn, en waar je als maker wel rekening mee kunt houden. Als je dat al wilt, uiteraard, want er zijn ook genoeg artiesten die weigeren zich te conformeren en lekker doen wat ze willen. Een zeer te prijzen standpunt, maar niet per se heel commercieel. Maar hé, je wilt het aantal creatieven de kost niet geven voor wie ‘commercieel’ een vies woord is, en dat is uiteraard volledig hun goed recht. Bovendien: ‘succes’ is op meer manieren te meten dan door te kijken hoe vaak je liedje op de radio gedraaid is. Ook hier kun je kijken naar hoeveel mensen jou op je social media volgen en het aantal TikTokkers dat jouw nummer onder hun filmpje zet. Of naar de kaartverkoop voor je concerten, of het aantal T-shirts dat je na afloop daarvan verkoopt. Om maar een paar indicatoren te noemen.

De minder principiële muzikanten, die het leuk vinden om later aan hun kleinkinderen te kunnen vertellen dat zij nog eens op de playlist gestaan hebben van een landelijk radiostation (“Maar wat is dat dan opa, ‘radio’?”), kunnen misschien iets hebben aan dit onvolledige lijstje criteria dat zenders hanteren. Een nummer moet bijvoorbeeld toegankelijk zijn voor het publiek waar de betreffende zender zich op richt. Gezien de diversiteit aan radiostations, zeker ‘vroeger’ (maar online tot op de dag van vandaag), is dat niet per se een belemmering. Wel is het handig om te weten dat de meeste muzieksamenstellers ervan uitgaan dat hun luisteraars (en, niet onbelangrijk, de DJ’s) hooguit twee talen machtig zijn: Nederlands en Engels. Je maakt het jezelf dus niet makkelijk met een nummer in het Frans, Spaans, Zweeds of, god betere, Pools. Tenzij de titel kort is en makkelijk uit te spreken, maar zelfs dan… Ook houden ‘we’ van hapklare brokken. Dus iets met een kop, een staart en iets melodieus daartussen. Denk m.b.t. die kop aan een kort intro en houdt er m.b.t. de staart rekening mee dat het niet prettig is om over een gezongen fade-out heen te moeten praten. Wat het melodieuze tussenstuk betreft, kun je je voorstellen dat bij Sky Radio, SLAM! en Kink FM anders gedacht wordt over wat dat precies inhoudt.

En last but not least (like it or not): de lengte van een nummer speelt een rol bij de toe- of afwijzing van een plek op de playlist. Zeker in de huidige tijd, waarin liedjes door de streamingdiensten al korter geworden waren en de aandachtspanne van TikTokkers niet langer is dan een halve minuut. Ook ik heb mij in mijn 30-jarige radiocarrière ‘schuldig’ gemaakt aan een liefde voor radio-edits. Maar dat was for the love of music. Mijn redenatie was altijd: door het draaien van ingekorte versies (én door tussendoor geen ellenlange onzinverhalen te vertellen, maar alleen relevante, muziek-gerelateerde informatie) kan ik meer verschillende liedjes draaien en dus meer artiesten presenteren aan mijn publiek. Ik keek dan ook altijd reikhalzend uit naar door mijn muziekindustrievrienden uitgedeelde edits, en als die uitbleven, maakte ik ze soms zelf. Zoals in het geval van mijn Hidden Treasure van vandaag…

Toen Let It Happen van Tame Impala in maart 2015 uitkwam, was er in eerste instantie geen edit voorhanden. Wel de 7 minuten en 49 seconden lange albumversie. Alleen al door die lengte een mission impossible, maar ook aan de structuur ‘schortte’ wel het een en ander. Ik benadruk: deze arrogante opmerking mijnerzijds is puur gevoed door hoe een liedje vanuit radio-oogpunt ‘dient’ te zijn opgebouwd. Het intro van 28 seconden was aan de lange kant, aan het eind werd het nummer middenin de zang weggedraaid, en datgene wat daartussen zat, bevatte elementen die – nogmaals: voor airplay-doeleinden – zorgden voor ‘uneasy listening’. Zo werd na 2’40 een instrumentaal gedeelte ingezet dat maar liefst bijna drie minuten duurde. 70 seconden na het begin daarvan leek het alsof de beat 15 seconden lang bleef hangen, waarna een gezwollen synthesizerpartij werd toegevoegd. Die ging over in een korte ‘loop’, waardoor opnieuw het idee ontstond dat de naald in de groef bleef steken. Aan dat geheel werd een ‘fasend’ (straaljager)effect toegevoegd, wat een extra vervreemdende indruk achterliet. Pas op 5’06 leek het nummer in instrumentaal opzicht verder te gaan waar het vóór dit intermezzo gebleven was. Tekstueel gezien volgde echter een herhalend stuk ‘gibberish’, waar uiteindelijk op een canon-achtige wijze het laatste, verstaanbare tekstfragment doorheen geweven werd. De muziekliefhebber in mij was verrukt van zoveel invalshoeken en wendingen in één nummer, maar de radiomaker in mij kreeg er om hele andere redenen kippenvel van.

Je begrijpt het al, hij die dacht het allemaal beter te weten (ikzelf) greep naar de schaar en legde de track op de slachtbank. Ik halveerde het intro, bracht het eclectische instrumentale middendeel terug tot 23 behapbare seconden, knipte de helft uit het fuzzy gitaarstuk wat er later in zat en zette de fade-out eerder in. In eerste instantie was mijn ingreep bedoeld voor mijn eigen radioprogramma, maar na een privéplug mijnerzijds is mijn ‘Werner Edit’ ook een aantal weken op 3FM gedraaid, totdat een officiële radio-edit werd uitgedeeld. Grappig genoeg was die op twee maten na exact hetzelfde geknipt als ik gedaan had. Maakt dat mij een minder grote cultuurbarbaar? Nee, maar ik had er op mijn manier toch wel schik van 😉. Geniet of gruwel hier van de radio-edit van Let It Happen, die ook de basis vormde voor de officiële video bij het nummer. Ik hou d’r van!

Vorig bericht
Volgend bericht