Ik heb in een eerder stuk al eens geschreven over mijn fascinatie voor radiojingles en het maken daarvan. In het verlengde daarvan liet medeschatgraver Carlo recentelijk zijn licht laten schijnen over zijn passie voor radiotunes. Een ultiem voorbeeld is natuurlijk Central Park van Les Dudek, wat in de jaren ’80 als openingsmuziek van Frits Spits’ Avondspits legendarische vormen heeft aangenomen. De titel zegt je misschien niets, totdat ik de tekst neerpen die Tom ‘De Dikke’ Blomberg eroverheen insprak: “Iedere, iedere, iedere, maandag tot en met zaterdag: De Avond… Avondspits!” Kijk, daar zie ik een hele generatie radioluisteraars opveren 😉
Zowel op het gebied van radio maken als van jinglegebruik is De Avondspits van grote invloed geweest op mijn eigen radio‘carrière’. Ik ben in die 30 jaar altijd op zoek geweest naar originele muziekjes om mijn praatjes te begeleiden en ondersteunen. Hoewel, origineel? Geld om zelf nummers te laten componeren was er natuurlijk niet, dus ik bediende me altijd van bestaand repertoire. Maar dan nog is er zoveel keuze, dat het prima mogelijk is om origineel te zijn. Vooral als je kiest voor niet te voor de hand liggende artiesten, remixen of minder herkenbare stukjes uit een nummer. Ik heb er altijd veel lol in gehad om precies de juiste muziekjes te vinden.
In een onbewaakt moment dacht ik: waarom maak ik ter omlijsting van dit verhaal niet een playlist met alle tunes die ik in die 30 radiojaren gebruikt heb? En zoals ik misschien van tevoren had kunnen bedenken, bleek dat veel meer werk dan gedacht. Maar goed, die lijst is er nu, chronologisch van mijn allereerste begintune van Jean-Michel Jarre tot en met de nummers waaruit ik ‘bedjes’ knipte die ik in de laatste jaren veelvuldig heb ingezet. Die playlist vind je hier (alleen voor de echte nerds hoor 😉).
Een van de redenen dat de samenstelling zo’n klus was, is dat ik altijd wel noteerde van welke artiest de gebruikte muziekjes waren, maar niet wat de titels waren. Ik heb ze dus allemaal weer moeten afspelen en langs Shazam moeten halen. Gelukkig had ik al mijn jingles en tunes gedigitaliseerd t.b.v. mijn laatste radio-uitzending. Helemaal compleet is de playlist niet, want sommige nummers werden niet door Shazam herkend en andere staan niet op Spotify, maar het zijn nog altijd ruim 100 tracks. Wat opvalt als je er doorheen scrollt, is dat je verschillende instrumentale versies aantreft, die in later jaren als bonustracks aan Deluxe Editions van oude albums waren toegevoegd. Die luxe hadden we in de jaren ’90 en begin deze eeuw helaas niet; Ik had gewild dat die instrumentals destijds ook al verkrijgbaar waren geweest, dat had me veel knip- en plakwerk gescheeld. Soms kon je gewoon het begin of juist het einde van een liedje gebruiken, maar vaker zat een bruikbaar gedeelte ergens in het midden. Niet zelden was dat dan maar een kort stukje, wat je moest loopen (meerdere keren achter elkaar knippen) om het een zekere lengte te geven. Beginjaren ’90 werkte je nog met van die grote spoelen en knipte je fysiek in tape, later kwamen programma’s als CoolEdit en Adobe Audition daarbij van pas. Dat monnikenwerk (het fysiek of digitaal monteren) was eerlijk gezegd ook wel onderdeel van de voldoening, omdat je natuurlijk om de gezongen delen heen moest knippen. Dat is met die instrumentale versies een stuk makkelijker.
Iets anders wat me bij het terugluisteren opviel, is dat ik vaak vrij drukke muziekjes uitzocht. Dat was niet per ongeluk. Ik zat met mijn presentatiestijl ook ‘hoog in de energie’ (de schuld van drukke voorbeeldjocks als JoJo Kincaid en Jeroen van Inkel) en zocht dus tunes met diezelfde drive om mezelf op te zwepen. Waarschijnlijk tegen alle radioregels in, maar bij mij werkte het.
De laatste tien jaar of zo gebruikte ik heel veel verschillende muziekjes. Maar dan ook echt héél veel. Ik vond het namelijk het lekkerst en meest vloeiend klinken als de muziekstijl van het tunetje aansloot bij het ervóór gedraaide nummer. Dus een rocktune na een rocktrack, iets akoestisch na een ballad, een popmuziekje na een hitgevoelig liedje, iets filmisch achter een over-de-top nummer aan, enz. Ik had dan ook vele tientallen muziekjes ter beschikking, in alle mogelijke genres. Alles voor de flow.
Een aparte categorie is natuurlijk de openingstune van een programma. Die moet wel een beetje weerspiegelen wat je de komende uren kunt verwachten. In mijn geval dus pop en rock met een randje. Toen ik in 1997 mijn programma ArtyShock bij Radio Nijmegen ging maken, waren big beats een ding. Dance die ook goed viel bij liefhebbers van pittigere muziek, zoals ik. De Nederlandse band Head First (voormalig Eboman-gitarist Ype Wielinga, toetsenist Da Rule en turntablist DJ Rockio) maakte deel uit van die stroming. Ze waren een van de paradepaardjes van Djax-X-Beats, het sublabel van het beroemde Eindhovense Djax-imperium dat zich specifiek op big- en breakbeat-talent concentreerde. To Da Bone was hun venijnig beukende langspeeldebuut, maar hun klasse kwam misschien nog het beste tot zijn recht op de planken. Ze stonden o.a. op Lowlands, Noorderslag en in het voorprogramma van Junkie XL. Toen ik hun single Take Me Higher hoorde, wist ik er meteen raad mee. Ik knipte de eerste 27 seconden van het intro af, loopte de volgende acht maten een aantal keer achter elkaar, en de nieuwe begintune van ArtyShock was geboren. Nog steeds een van mijn fijnste, vind ik zelf, die me gelijk op scherp zette voor twee uur alternatieve, door weinigen gehoorde radio. Maar wat had ik een lol 😉. In die tijd had ik ook een van mijn tofste eindtunes, maar daarover een andere keer meer. Nu nog eenmaal terug naar de vrijdagavond van Radio Nijmegen, in de late jaren ’90…




